Drieluik van stadsdichter na onkruidvrije tuin

Gepubliceerd op: 22 april 2020 21:10

foto luth 22 april
"Ik heb inmiddels de tuin onkruidvrij." Dat waren de eerste woorden van stadsdichter Renée Luth toen woensdag 22 april na 1,5 uur vertraging om ongeveer 18.00 uur de eerste digitale raadsvergadering van de Groningse gemeenteraad dan toch eindelijk begon.

Een drieluik was de bijdrage van Luth. Daarmee begon de eerste digitale vergadering van de Groningse gemeenteraad. Een vergadering op afstand die met vertraging begon vanwege technische problemen. Elders op deze raadssite volgt een verslag van deze historische vergadering van de Groningse raad in coronatijd. Hieronder Luths drieluik.

Drieluik

deel 1

we wonen
in een provincie
die al jaren beeft
met huizen
op wankele fundamenten
die breuken ophoesten
en nu moeten we schuilen
in onze eigen wankeling
onze angst
neemt anderhalve meter
afstand van ons hoofd
uitgestrekte Groningse luchten
waaien nu stof op
in ons brein
we moeten buiten zijn
alleen weg van de muren
die ons al die jaren bedreigden
en nu beweren bakstenen
dat ze ons beschermen
het huis is te onbestendig
om nog veilig te zijn
we worden liever gedragen
door koolzaadvelden en klei
fietsen liever alleen
tegen elke wind in
ook als die nu met ons mee wil waaien
onze kop ervoor

buiten is alles beter
verwaaien ziekte
en zwaarte
tijd doet hier niet mee met onze angst
het groen groeit niet sneller
omdat wij alles willen toedekken
en een grasspriet zal
zich nooit eenzaam voelen
in het veld
de bladeren vallen niet harder
ongeacht het gewicht
van nu
de bloesem neemt haar bloei
even serieus
ongeacht of iemand kijkt
we leren
hier beter van wachten
en zijn
dan thuis
Waar alles al zo lang wankelt
en wacht

deel 2

daar zitten we
op balkons die moe worden
omdat ze ons nu dag in dag uit
moeten dragen
of in postzegeltuintjes
waar we wachten
om verzonden te worden
naar ver van hier ver van nu
rugzakken en koffers
liggen als vergeten speelgoed
op zolders
onze bucketlijstjes
en to do lijstjes
komen de deur niet meer uit

in de stad wachten
duiven nog steeds op patat
hebben de pleinen
ook huidhonger
zijn zelfs de klokken van de martini
de tijd kwijt

de stad lijkt steeds meer
een cliché western geworden
een spookstad
waar je zou willen
dat de kroegdeuren nog na klapperden
van een eenvoudige slechterik
die we tenminste konden verslaan
of onder de tafel drinken
maar we trekken
hoogstens een flesje ontsmettingsmiddel
of handzeep uit ons holster
en nee niks helpt
behalve thuisblijven
in postzegeltuintjes en op balkons
serenades zingen voor de buren

deel 3

daar zitten we achter ramen
als droevige vissen
in een te kleine vissenkom
omdat we niet naar buiten mogen
van onze familie
van de zuster
van de dokter
van de minister-president
we zijn te oud en kwetsbaar
zeggen ze
als het bezoekuur is
lijkt het glas een beetje dikker
een muur bijna
er zwaaien soms mensen in de verte
naar ons
we geloven dat dat onze familie is
ze sturen kaarten
en bellen
en willen
dat we tegen een beeldscherm praten
en soms komen kinderen
met kleine vingertjes
tegen het raam
dan aaien we even de afdruk
op het glas
en glimlachen
omdat we geloven
dat mensen dat fijn vinden
veilig zeggen ze
maar wij denken dat glas breekbaarder
is dan lucht
en dat eenzaamheid
een grafsteen is voor onze tijd

Renée Luth, Stadsdichter gemeente Groningen